Oplossing ORB-erkenning bij nevenvestigingen
De RDW heeft samen met BOVAG drie scenario’s ontwikkeld die zorgen voor een juiste toekenning van de ORB-erkenning. Het resultaat is niet helemaal wat BOVAG wenste. Maar volgens onderhandelaar Boudewijn Hamel is dit het maximaal haalbare.
Afgelopen voorjaar constateerde de RDW bij de procedure die het mogelijk
maakt in het autobedrijf voertuigen op naam te stellen, dat enkele tientallen
erkenningen onterecht zijn afgegeven. De erkenningen zijn afgegeven aan
nevenvestigingen die geen rechtspersoon zijn. Volgens de wet mogen alleen
rechtspersonen erkend worden.
Naar aanleiding van de problemen traden BOVAG en RDW in overleg, waarbij de
vestigingen die dit aangaat kunnen kiezen uit drie scenario’s. Óf het
bedrijf wordt alsnog een zelfstandig rechtspersoon, óf het bedrijf vraagt een
suberkenning bedrijfsvoorraad aan óf de erkenning vervalt. De suberkenning is
nieuw. Hiermee krijgt het bedrijf een eigen bedrijfsnummer en daarmee recht op
een eigen bedrijfsvoorraad, die wordt gezien als subvoorraad van de
hoofdvestiging. Het bedrijf krijgt bijna alle bevoegdheden die bij de
erkenning horen. Het tenaamstellen op het voertuigbedrijf (TV) is vanaf
volgend jaar niet langer mogelijk bij de nevenvestigingen. In de loop van
december zullen alle bedrijven met een bedrijfsvoorraaderkennig door de RDW
schriftelijk worden benaderd over de nevenvestigingsproblematiek. Boudewijn
Hamel, hoofd after sales van BOVAG, had liever een andere oplossing gezien.
“De bedrijven waar het om gaat, krijgen opeens veel extra werk. Dit beperkt
zich namelijk niet alleen tot het eventueel aanpassen van de rechtsvorm, maar
men krijgt ook te maken met alle gevolgen, zoals het aanpassen van
arbeidsovereenkomsten en wat al dies meer zij.”
| TERUG NAAR INHOUD |