Frans van Voorst
Vader
SAMENSPRAAK
Karel Boeijen
Frans van Voorst Vader: krachten bundelen   Karel Boeijen: kortere lijnen

De dealervereniging van het eigen merk hoort het bindmiddel te zijn van alle truckdealers. Dat wil zeggen een vereniging die daadwerkelijk iets toevoegt aan het distributiekanaal. Frans van Voorst Vader, DAF-dealer en voorzitter van de DAF dealervereniging en de TDA, en Karel Boeijen, voorzitter van de bedrijfswagencommissie van de Mercedes Benz Bussiness Association, gaan hier nader op in.

“Dealervereniging moet veel strakker”


Het toppunt van netwerken is de Truckdealerdag.

“Professionele samenwerking is volstrekt logisch”

“We moeten onze krachten als dealers bundelen in andere structuren, zodat we samen kunnen bouwen aan een eigen netwerk. Niet meer een vrijblijvend netwerk, maar een veel strakker en bedrijfsmatiger georganiseerd netwerk dat commerciële voordelen biedt. Daar komt ook nog bij dat importeurs steeds meer taken afstoten. We moeten als dealers die gaten opvullen. Sterker nog, we mogen ze het werk best actief uit handen nemen.”

Deze oproep deed Frans van Voorst Vader, voorzitter van de TDA, tijdens de recent gehouden Truckdealerdag. Het centrale thema was dit jaar Netwerken en geheel in die lijn riep de voorzitter de truckdealers op meer te maken van de dealerverenigingen. Wat hem betreft mag de vrijblijvendheid langzamerhand wel af van de dealervereniging.
“Ik denk dat de mogelijkheden van de dealervereniging er nog onvoldoende uitkomen. Daarom moeten we nu al bezig zijn met de volgende stap. Onze bedrijven zijn nu groter en dat betekent ook minder deelnemers in de merkkolom. Met kleinere dealerverenigingen kunnen we volgens mij veel efficiënter en gerichter werken.”

Volgens Van Voorst Vader geldt voor een dealervereniging eigenlijk hetzelfde als voor de huidige schaalvergroting. “Het gaat erom dat de schaalvoordelen optimaal worden benut en die lijn kun je doortrekken. Ook binnen de dealerverenigingen kunnen we nog veel zaken bundelen. Waarom zouden we bijvoorbeeld niet binnen het merk een aantal zaken centraal regelen? De klanten worden immers ook steeds groter en die willen afspraken kunnen maken met het hele netwerk. Waarom kunnen we niet gezamenlijk één loket maken voor dit soort klanten? Die kunnen via dat ene loket factureren. En dan maakt het niet uit waar de voertuigen in onderhoud gaan. En als we zo’n loket hebben, dan zullen we ook moeten nastreven om kosten te besparen. We kunnen bijvoorbeeld centraal bepaalde delen inkopen en nog veel meer dingen samen aanpakken.”

In dit verband verwees Van Voorst Vader ook naar de mogelijkheden die de TDA Partners in Business bieden. “Neem Profile Tyrecenter eens als voorbeeld. Die hebben een coöperatieve vereniging waarmee ze in korte tijd een prima positie in de bandenmarkt hebben verworven. Zo regelen zij het beheer van contracten centraal, wat hen schaalvoordelen oplevert ten opzichte van de kleinere bandenbedrijfjes om de hoek. Dat is precies wat ik bedoel. Laten we niet in de ‘fusies en samenwerkingsverbanden’ blijven hangen, maar nu doorschakelen.”

Ook in relatie tot het nakende einde van de Block Exemption is het zaak de koppen veel minder vrijblijvend bij elkaar te steken. Van Voorst Vader: “Het blijft onzeker wat er vanuit Brussel besloten gaat worden over onze dealercontracten. En als de beslissing is genomen, dan blijft voorlopig nog onduidelijk wat de betekenis van dat besluit is voor onze branche. Daar moeten we absoluut niet op wachten. Laten we er nu al voor zorgen dat we de klant nog beter bedienen, tegen nog aantrekkelijkere voorwaarden, dan kan geen leverancier meer om ons heen.”

“Het grootste voordeel is dat de lijnen door de nieuwe opzet veel korter zijn. De truckdealers die in het parlement of in een commissie zitten, zijn nu niet opeens minder tijd kwijt, maar de tijd wordt wel efficiënter gebruikt.”

Aldus noemt C.B.F.M. (Karel) Boeijen, lid van de hoofddirectie van de Rüttchen Holding alsmede voorzitter van de bedrijfswagencommissie van de dealervereniging van Mercedes Benz en vanuit dien hoofde bestuurslid van de TDA, het grootste voordeel van de omvorming van de dealervereniging van Mercedes Benz in de Mercedes Benz Business Associatie (MBBA). Op het eerste gezicht lijkt het weinig meer dan een naamsverandering, maar uit Boeijens toelichting blijkt dat de vereniging op de schop is gegaan en tot in elke porie sterk is geprofessionaliseerd. Boeijen legt uit: “Vroeger had je een algemene vergadering van een dealervereniging met alle dealers. We merkten dat zo’n grote groep niet altijd bevorderlijk is voor de doelmatigheid. Nu hebben we Nederland verdeeld in zes regio’s. Namens elke regio zitten er twee tot vier dealers in het zogeheten parlement. De dealers die hierin zitting hebben, weten wat er in hun regio leeft. Vervolgens neemt het parlement besluiten die naar de regio’s worden teruggesluisd. De structuur is veel overzichtelijker geworden.”
Een tweede schraag onder de nieuwe structuur is dat de vrijblijvendheid is verdwenen. Boeijen zegt: “Het commitment is, zeg maar, serieuzer geworden. Als het parlement op basis van kennis uit de regio’s een bepaalde keuze maakt, dan moeten alle dealers zich daaraan houden. Afspraak is afspraak. Bovendien is het veel makkelijker van boven naar beneden maar ook van beneden naar boven te communiceren. De kans dat een goed voorstel van een dealer ergens blijft hangen is gering, waardoor je wordt gestimuleerd om met opbouwende inbreng te komen.”
Naar de mening van Boeijen is de nieuwe structuur een logisch gevolg van de schaalvergroting. “De nieuwe opzet sluit perfect aan op de netwerkstructuur van de importeur. Er zijn minder contractpartners en ook daardoor waren de lijnen al korter geworden.”
Boeijen heeft een goed gevoel bij de huidige ontwikkelingen binnen de Mercedes Benz Business Associatie en dat gevoel wordt gedeeld door de importeur. “De importeur heeft er ook baat bij dat een dealervereniging goed is gestructureerd, helder communiceert en weet wat ze wil. Op onze beurt verwachten wij dezelfde instelling van de importeur. Er wordt tegenwoordig als dealer van je verlangd dat je fors investeert in het merk. Dat is prima, maar dan mogen wij ook van de importeur duidelijkheid verwachten.”
Boeijen vindt overigens dat de nieuwe aanpak bij Mercedes Benz eigenlijk geen nieuws mag zijn. “Je mag toch verwachten dat elke dealervereniging momenteel denkt over hoe er in vervolg moet worden overlegd met de importeur of fabrikant. Uiteindelijk hebben we gezamenlijke doelstellingen die alleen door goed partnership kunnen worden gerealiseerd. De sector is de laatste jaren ingrijpend veranderd en daar hoort een professionele samenwerking van dealervereniging met importeur/fabrikant logischerwijs bij.”

TERUG NAAR INHOUD