|
MensenWerk

Truckdealers sluiten convenant met
scholen
“Natuurlijk is het de taak van de
overheid om te zorgen voor goed onderwijs. Maar als de overheid hier om
wat voor reden niet kan zorgen, dan moet je als ondernemer zelf initiatief
nemen.” Dit zijn woorden van Peter van Bebber, after salesmanager van
EMA Autobedrijven en mede-initatiefnemer van een bijzonder
onderwijsproject in Eindhoven.
In Nederland zijn inmiddels meerdere een-tweetjes tussen de truckbranche
en het onderwijs. En alhoewel elk initiatief een eigen karakter heeft, is
elk initiatief natuurlijk prijzenswaardig. In deze TruckWerk staan we stil
bij een opmerkelijk initiatief in Eindhoven.
Hier hebben de truckbedrijven Autobedrijf
De Burgh bv (DAF, IVECO, Hyundai en Fiat), Gebr. Vullings Bedrijfswagens
bv (MAN) en EMA Autobedrijven (Mercedes Benz) de handen ineengeslagen en
een convenant gesloten met vier scholen in Eindhoven. Het idee is ontstaan
in de schoot van de truckdealerbedrijven, want ook in Eindhoven is een
groot gebrek aan goede medewerkers.
Overeenkomst
“Wij merken haast elke dag dat we geen mensen kunnen vinden. Momenteel
halen we zelfs mensen uit Engeland en dat is toch eigenlijk van de gekke”,
zegt Van Bebber. De vier scholen waarmee een overeenkomst is gesloten
richten zich (onder andere) op het voortgezet middelbaar beroepsonderwijs.
Van Bebber legt uit waarom juist deze groep leerlingen het doel zijn
waarop wordt gericht: “Uit gegevens in diverse onderzoeken blijkt dat
jonge mensen een vertekend beeld hebben van onze branche of, nog erger, er
helemaal geen beeld van hebben. Dat werkt door naar de ouders, die per
slot van rekening een grote stem hebben in de schoolkeuze van zoon of
dochter. Daarnaast speelt mee dat ook de leerkrachten die het vak
voertuigtechniek geven de truckbranche niet echt een warm hart toedragen.
Bijna alle lesstof die in dit vak wordt behandeld, gaat over
personenwagens. Het probleem is dus, kortom, dat de leerlingen nauwelijks
of niet in aanraking komen met de wereld van de truckdealer. En onbekend
maakt onbemind.”

De overeenkomst wordt ondertekend. |
Springen
Toen de truckbedrijven contact zochten met de scholen bleek al snel dat de
scholen momenteel zitten te springen om contact met het bedrijfsleven. Van
Bebber: “Er is geen sprake van onwil, maar van gebrek aan middelen en
kennis over de truckbranche. Toen wij vertelden wat onze branche precies
inhoudt en wat wij allemaal te bieden hebben, gingen de ogen van de
directies en vakleerkrachten echt open.”
De contacten, waarbij over en weer inmiddels de nodige bezoeken zijn
afgelegd, leidde tot een convenant waarbij zowel de scholen als de
truckdealerbedrijven zich verplichten tot bepaalde inspanningen. De
scholen zijn volgens het ondertekende convenant (“Het grote voordeel van
zo’n officieel contract is dat de vrijblijvendheid er af is”, aldus
Van Bebber) onder meer verplicht aandacht te besteden aan trucktechniek,
het leslokaal in te richten als combikanaal met een zogeheten
werkplekkenstructuur en in het lesprogramma tijd in te ruimen voor het
beroepskeuzeproces, waarvan bedrijfsbezoeken aan de drie
truckdealerbedrijven deel zullen uitmaken. De truckdealerbedrijven op hun
beurt hebben onder andere de plicht om zorg te dragen voor de inbreng van
specifieke technologieën, een klankbord te zijn voor het tot stand komen
van een leerplan, de leerlingen de mogelijkheid te bieden tot
bedrijfsbezoeken, het aanbieden van stages en leerlingen die met gunstig
gevolg de opleiding mobiliteitsbranche afsluiten te verzekeren van een
leerwerkplaats binnen de truckdealerbedrijven. Ook zullen de truckdealers
jaarlijks tweeduizend gulden per school betalen voor de dekking van de
kosten. Den Bebber zegt hierover: “Natuurlijk is het financieren van een
onderwijsinstituut geen taak van het bedrijfsleven. Je hoort wel
ondernemers die vinden dat we daar als branche vanaf moeten blijven. Maar
dat is makkelijk gezegd. Als het water tot je lippen staat en de scholen
zijn bereid om op deze manier mee te werken en mee te denken dan kun je
niet anders dan hierin meegaan. Het uiteindelijke doel? Dat zal duidelijk
zijn: wij willen op korte maar vooral op langere termijn verzekerd zijn
van de instroom van mensen. En we hebben het volste vertrouwen hiermee een
goede stap te hebben gezet.” |