Europarlementariër Jeanine Hennis:
‘Auto-industrie veel verder dan politiek’

Terwijl in Brussel steeds meer aandacht komt voor andere vormen van vervoer, draait het publieke debat in Nederland volgens VVD-europarlementariër Jeanine Hennis-Plasschaert wel heel erg eenzijdig om de auto. In een interview in het blad RAI Voorrang laakt de politica het solistische beleid waarmee ons land de emissieproblemen aanpakt. “Nederland kan beter eerst kijken waar de Commissie mee bezig is.”

Hennis-Plasschaert heeft als europarlementslid zitting in de Commissie Transport en is nauw betrokken bij de beleidsontwikkelingen op terreinen als verkeer, veiligheid en emissies. Het is haar opgevallen dat Nederland regelmatig een eigen koers vaart als het gaat om het verbeteren van luchtkwaliteit en dit heeft volgens haar lang niet altijd zin. “De Euro-5 normen voor vrachtwagens liggen al vast en gelden per 2008. De streefdatum voor nieuwe normen voor personenauto’s en bestelwagens is 2010. De verplichting van roetfilters in Nederland heeft maar deels zin, omdat fijn stof ook over de grenzen heen waait. Over het algemeen maakt Nederland het zich trouwens moeilijker dan nodig is door de ruimtelijke ordening en de normen voor luchtkwaliteit te koppelen. Andere landen doen dat niet.”

Eenzijdig debat
De liberale europolitica constateert verder dat het publieke debat in Nederland erg eenzijdig om de auto draait. In Brussel komt daarentegen veel meer aandacht voor strengere eisen en nieuwe normen voor spoor, scheepvaart en luchtvaart. Een terechte ontwikkeling vindt zij, want de auto-industrie steekt al zeer veel geld in de ontwikkeling van duurzame oplossingen. “Soms denk ik: de auto-industrie is al tien stappen verder dan de politiek.”