Minder werk door minder onderhoud
Of het een zegen is voor de winstgevendheid van het truckdealerbedrijf zal de toekomst leren. Maar feit is dat de komende tien jaar de behoefte aan medewerkers in het truckdealerbedrijf rond de zestien procent zal dalen.
Dit is de uitkomst van een onderzoek van Deloitte in opdracht van
de Stichting OOMT (het opleidingsfonds voor de mobiliteitssector
waaraan iedere werkgever bijdraagt). Bij personenwagens wordt de
daling naar verwachting twaalf procent. Jos Kleiboer, hoofd
stafbureau van BOVAG, zegt op pagina 5 in deze TruckWerk dat de
trucksector altijd heftiger reageert op ontwikkelingen, dus ook dit
keer.
Waar het op uitkomt weet natuurlijk niemand, maar Deloitte gaat er
van uit dat het aantal werkplaatsmedewerkers in de truckbedrijven
uiteindelijk tot onder de vierduizend zal dalen. Tot 2009 is de
dalende trend duidelijk, na die tijd vindt er een afvlakking plaats,
maar blijft het aantal dalen. De personeelsbehoefte in de werkplaats
is berekend door het totaal aantal uren onderhoud en reparatie plus
de tijd die gaat zitten in het afleveren van nieuwe trucks te delen
door een aantal van 1550 productieve uren. Op basis van deze
rekenmethode kan iedere truckdealer voor zijn eigen merk en eigen
situatie een berekening maken voor het eigen bedrijf. De daling van
het aantal medewerkers wordt vooral veroorzaakt door het feit dat
per truck en bestelauto het aantal benodigde uren onderhoud zal
dalen. Het aantal uren onderhoud van het totale vrachtwagenpark in
Nederland zal volgens Deloitte dalen van de huidige ruim achtduizend
naar ongeveer zesduizend uur. Het aantal onderhoudsuren van
bestelauto’s zal dalen van een kleine drieduizend naar ongeveer
tweeduizend. De onderhoudsuren van bestelauto’s bij
personenwagendealers zitten hier niet in. Het verlies aan
onderhoudsuren wordt enigszins gecompenseerd door een toename van
het aantal bakwagens en trekkers (zie grafieken). Het aantal
bakwagens zal volgens de prognose stijgen van iets meer dan 100.000
nu naar een kleine 125.000 in 2015, terwijl het aantal trekkers zal
stijgen van ruim 60.000 naar ongeveer 100.000. In de statistieken
valt op dat het aantal bakwagens en trekkers in elke
leeftijdscategorie stijgt. Met andere woorden: het truckpark gaat
langer mee, maar vergt desondanks minder onderhoud door de langere
onderhoudsintervallen.



Werknemers zijn trouw
Ruim tachtig procent van de mensen die in de truckbranche
werken, zijn trouw aan de branche (en dus niet per definitie aan de
werkgever). Het aantal zogeheten doorstromers is van alle sectoren
binnen de mobiliteitsbranche verreweg het hoogst.
Dit blijkt uit gegevens van een onderzoek van de Stichting OOMT,
waaruit TruckWerk als eerste publiceert. OOMT wilde weten hoe de
verhouding instromers, uitstromers en doorstromers (ook wel
zittenblijvers) is om daar beleid op te kunnen maken. Naast het hoge
aantal doorstromers, valt het lage percentage uitstromers (negen
procent, samen met autobedrijven het laagste percentage), maar
vooral het lage percentage instromers op (met 6,8 procent het laagst).
Dit wil zeggen dat de trucksector weinig aantrekkingskracht heeft op
mensen buiten de branche, maar dat als je er eenmaal zit, het een
branche voor het leven is. Het aandeel tijdelijke werknemers is met
1,6 procent ook het laagst. Ter vergelijking zijn de gegevens over
de mobiliteit van werknemers in het algemeen in Nederland eveneens
grafisch weergegeven.


Door Maut stijgen kosten
De kosten van het beroepsvervoer zijn in het eerste kwartaal ten
opzichte van het eerste kwartaal 2004 flink gestegen.
Met name de kosten van het internationaal goederenvervoer
stijgen als gevolg van de Duitse tolheffing (Maut). Dit blijkt uit
gegevens van het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS). Bij een
verdeling van nationaal en internationaal vervoer vallen meteen de
enorme verschillen op.
