| Rol alternatieve brandstoffen bij trucks opnieuw bekeken BOVAG heeft er eind vorig jaar bij Minister Pronk van milieu op aangedrongen dat de in 1997 uitgevoerde studie naar de optimale brandstofmix wordt geëvalueerd. Dit is nodig in verband met de vele nieuwe ontwikkelingen op het gebied van met name dieselmotoren. Pronk heeft de evaluatie inmiddels toegezegd. Tijdens de Truckdealerdag in oktober vorig jaar heeft TDA-voorzitter Frans van Voorst Vader nog eens duidelijk gemaakt dat de huidige kleinschalige proefprojecten met trucks op alternatieve brandstoffen niet rendabel zijn. Het gaat dan vaak om LPG of aardgas als motorbrandstof. TDA ziet liever dat geld en energie gestoken wordt in de verbetering van diesel. Bijvoorbeeld door het versneld introduceren van zwavelarme diesel. De aandacht voor LPG en aardgas bij trucks komt voort uit de studie de optimale brandstofmix die de overheid in 1997 liet uitvoeren. De onderzoekers geven in deze studie het advies om over 10 jaar ongeveer de helft van de trucks op gas te laten rijden. Let wel : het gaat hierbij alleen om trucks die worden ingezet voor stedelijke distributie. Tot nu toe heeft de overheid geen maatregelen getroffen om dit doel te bereiken omdat de definitie van een stedelijke distributietruck niet duidelijk is. De NOVEM (uitvoeringsorganisatie voor Energie en Milieu) werkt al enige tijd aan deze definitie. In de studie naar de optimale mix wordt een onderscheid gemaakt tussen de luchtkwaliteit in de steden en daarbuiten. Omdat voertuigen met een dieselmotor meer roetdeeltjes uitstoten dan gasmotoren is men in de stad gebaat bij minder diesel. Echter, bij het verbeteren van de landelijke luchtkwaliteit speelt het broeikaseffect een grote rol. De lage CO2 uitstoot van dieselmotoren draagt bij aan het terugdringen van dit effect. Dit verklaart de keuze van de overheid om alleen een gedeelte van de stedelijke distributietrucks op gas te laten rijden. Trucks die grotere afstanden afleggen kunnen gewoon blijven dieselen. Uit de evaluatie van de studie zal blijken of de doelstelling van de overheid bijgesteld moet worden. |